Karrewiel Luchen: waardevolle archeologische vondst

In 2020 zijn bij een opgraving van het gebied gelegen tussen Luchen 2 en 8 in Mierlo sporen gevonden van enkele opeenvolgende boerderijen uit de 14e tot en met de 19e eeuw. Erven met een langdurige bewoningscontinuïteit zoals in Mierlo-Luchen zijn zeldzaam voor de Kempen. De indeling en oriëntatie van het erf veranderen door de tijd heen.  
 

Op basis van de erfgreppels en acht redelijk opeenvolgende waterputten kon zo de (globale) ligging van de boerderijen bepaald worden en zijn er vier verschillende bewoningsfases onderscheiden

Eén van de waterputten was opgebouwd uit plaggen op een fundering van een compleet wagenwiel, inclusief spaken en naaf. Dit wagenwiel dateert vermoedelijk uit de 18e eeuw.

U leest hieronder een samenvatting van het onderzoek. Daaronder staat het volledige rapport dat geschreven is door Jelle van Hemert en Anne Huijsmans van de VUhbs (Vrije Universiteit van Amsterdam).

Karrewiel uit opgraving Luchen Fase 3 in Mierlo

In 2020 zijn bij een opgraving van het gebied gelegen tussen Luchen 2 en 8 in Mierlo sporen gevonden van enkele opeenvolgende boerderijen uit de 14e tot en met de 19e eeuw. Erven met een langdurige bewoningscontinuïteit zoals in Mierlo-Luchen zijn zeldzaam voor de Kempen. De indeling en oriëntatie van het erf veranderen door de tijd heen.

Helaas zijn de meeste huisplattegronden van boerderijen niet bewaard gebleven door latere grondbewerking, maar ook doordat de bouwtraditie vanaf de Late-Middeleeuwen veranderde. In plaats van het ingraven van de dakdragende palen werden de gebinten op stenen poeren geplaatst, die niet of nauwelijks in de grond zijn ingegraven. Ook de wanden werden slechts licht gefundeerd op grondbalken. Dergelijke boerderijen (en bijgebouwen) laten in de grond niet of nauwelijks sporen na. De waterputten en de erfgreppels geven echter aan dat er wel degelijk gebouwen hebben gestaan. Op basis van de erfgreppels en acht redelijk opeenvolgende waterputten kon zo de (globale) ligging van de boerderijen bepaald worden en zijn er vier verschillende bewoningsfases onderscheiden.

Na 1700 werden de aanvankelijk van hout en leem gebouwde boerderijen langzaam voorzien van stenen muren. Exact op de locatie waar op de 19de-eeuwse kadastrale kaart de boerderij afgebeeld staat, is een huisplattegrond aangetroffen. Deze was duidelijk herkenbaar door de aanwezigheid van een potstal in het midden van het huis. Het gebouw was deels op poeren gefundeerd, waarvan er maar één bewaard gebleven is in het midden van de potstal. De constructie bestond ook uit palen, waarvan langs de lange zijden sporen bewaard gebleven zijn.

De opgegraven sporen van fase 4 Mierlo-Luchen geprojecteerd op de kadasterkaart van 1832. In lichtblauw zijn de waterputten aangeduid.

Eén van de waterputten (7008) was opgebouwd uit plaggen op een fundering van een compleet wagenwiel, inclusief spaken en naaf. Het wagenwiel had een diameter van 1.48 m en in de waterput werd nog een complete puthaak aangetroffen. De waterput en daarmee het wagenwiel dateert vermoedelijk uit de 18e eeuw. Het gebruik van een wiel als fundering voor plaggen- en later ook voor een baksteenbeschoeiing komt vanaf de late middeleeuwen vrij algemeen voor in Noord-Brabant. Minder gebruikelijk is de plaatsing van het wiel compleet met naaf en spaken. Meestal worden spaken eraf gehakt en ook de naaf verwijderd om deze opnieuw te kunnen gebruiken. Misschien bleek demontage van de naaf in het geval van de waterputten te Luchen niet mogelijk vanwege de ingeslagen naafpennen. Het verwijderen van de naafpennen zou mogelijk het breken van de naaf tot gevolg kunnen hebben gehad, waardoor deze waardeloos voor hergebruik zouden zijn geweest. Dit type wiel komt voor vanaf de zestiende eeuw tot in de tweede helft van de twintigste eeuw. Meestal zit er geen ijzeren band om de velgen; dat was waarschijnlijk niet nodig op de onverharde zandwegen. Pas wanneer de dorpswegen worden beklinkerd zijn ook de boerenwagens voorzien van ijzeren banden. Dit is vaak pas het geval aan het begin van de 20e eeuw.

Reconstructie van het opgegraven erf uit de laatste bewoningsfase op Luchen rond 1750.
Info uit J. v. Hemert & A. Huijsmans, 2022: Een boerenerf door de eeuwen heen Een opgraving en proefsleuvenonderzoek in plangebied Mierlo-Luchen fase 3 (zone F en G-H-I-J) (Zuidnederlandse Archeologische Notities), Amsterdam.

Rapport: 'Een boerenerf door de eeuwen heen. Een opgraving en proefsleuvenonderzoek in plangebied Mierlo-Luchen fase 3.'